ECLI:NL:RBSGR:2002:AE7233
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing verblijfsvergunning wegens onvoldoende onderzoek naar risico's bij terugkeer naar Rusland
Verzoekers, afkomstig uit Rusland, stelden slachtoffer te zijn van afpersing en geweld door de maffia, waarbij de Russische autoriteiten wegens corruptie geen bescherming konden bieden. Zij vroegen om een verblijfsvergunning, welke door verweerder werd afgewezen binnen de 48-uur AC-procedure.
De rechtbank oordeelde dat verzoekers onvoldoende aannemelijk hadden gemaakt dat zij als vluchteling konden worden aangemerkt, omdat er geen sprake was van discriminatoire bejegening van een sociale groep. Het geschil richtte zich op de vraag of zij een reëel risico liepen op behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro bij terugkeer.
Verweerder stelde dat de maffia geen interesse meer had en dat Russische autoriteiten zouden optreden bij mishandeling of moord, maar kon dit niet onderbouwen met specifieke informatie. De rechtbank vond dat verweerder onvoldoende onderzoek had gedaan naar het risico en vernietigde het besluit.
De rechtbank besloot het beroep gegrond te verklaren, het bestreden besluit te vernietigen en verweerder op te dragen een nieuw besluit te nemen. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen wegens gebrek aan belang. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten van €1932.
De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter C.H. Rombouts op 17 juli 2002 en is openbaar.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd wegens onvoldoende onderzoek naar het risico van behandeling in strijd met artikel 3 EVRM.