ECLI:NL:RBSGR:2002:AE7262
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.J. van Bennekom
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering verblijfsvergunning wegens valse documenten werkgever
Eiser, een Marokkaanse vreemdeling, diende meerdere aanvragen in voor een verblijfsvergunning, onder meer op grond van medische behandeling en de Tijdelijke regeling witte illegalen (TBV 1999/23). Verweerder weigerde deze vergunningen mede vanwege de aanwezigheid van een valse vestigingsvergunning op naam van eiser in de administratie van zijn werkgever.
De rechtbank oordeelt dat verweerder onvoldoende onderzoek heeft verricht naar de betrokkenheid van eiser bij het gebruik van deze valse documenten. De enkele aanwezigheid van een vals document bij de werkgever mag niet zonder meer worden toegerekend aan eiser, zeker niet zonder controleerbare vaststelling van zijn verantwoordelijkheid.
De rechtbank stelt dat de uitleg van voorwaarde 6 van TBV 1999/23 door verweerder, die eiser uitsluit op basis van het bezit van valse documenten door de werkgever, niet redelijk is en niet strookt met de tekst en strekking van de regeling. De motivering van verweerder faalt en het beroep wordt gegrond verklaard.
De bestreden beschikking wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten en wordt de Staat der Nederlanden aangewezen als rechtspersoon voor vergoeding van griffierechten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot weigering van de verblijfsvergunning wordt vernietigd.