ECLI:NL:RBSGR:2002:AE7268
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.V. van den Berg
- M.J. van der Ven
- H.G.T.J. Jansen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering informant tegen Staat wegens tekortschietende beveiliging
De eiser, een vervoersondernemer, werkte in 1990-1991 samen met een criminele organisatie rond Charles [Z.]. Hij werd mishandeld en gedwongen goederen af te staan. Hij trad op als informant voor de politie en gaf informatie over de organisatie en locaties. Ondanks toezeggingen van geheimhouding, kwam zijn rol deels aan het licht door ontvreemding van bewijsmateriaal en tijdens een zitting.
Eiser vorderde twee miljoen gulden van de Staat wegens tekortschietende beveiliging en het niet geheimhouden van zijn identiteit, wat leidde tot bedreigingen en mishandelingen in detentie. De Staat voerde verweer dat geen toezeggingen tot geheimhouding waren gedaan en dat bescherming beleidsvrijheid kent.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende bewijs leverde voor toezeggingen tot geheimhouding. De ontvreemding van bewijsmateriaal en omstandigheden tijdens de zitting waren onvoldoende om de Staat aansprakelijk te stellen. De Staat heeft beleidsvrijheid in de wijze van bescherming en hoefde geen financiële middelen te verstrekken. De vordering werd afgewezen en eiser werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering van eiser af en veroordeelt hem in de proceskosten.