ECLI:NL:RBSGR:2002:AE7523
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen bewaring wegens gebruik valse identiteitskaart
De vreemdeling, die stelt de Portugese nationaliteit te bezitten, werd in bewaring gesteld op grond van artikel 59 Vreemdelingenwet Pro 2000 vanwege het gebruik van een valse identiteitskaart bij zijn beoogde uitreis uit Hoek van Holland. Het bureau falsificatenonderzoek van de Koninklijke Marechaussee stelde vast dat het document een totaal vals document is.
De rechtbank oordeelt dat de maatregel van staandehouding en bewaring rechtmatig is toegepast, mede omdat er een redelijk vermoeden van illegaal verblijf bestaat en de vreemdeling niet in het bezit is van een geldig identiteitsbewijs. Het feit dat het Portugese consulaat telefonisch bevestigde dat een identiteitskaart met het betreffende nummer was afgegeven, doet hieraan niet af.
De bewaring is op 17 juni 2002 opgeheven, maar het geschil richt zich op de vraag of deze eerder had moeten worden opgeheven en of er recht bestaat op schadevergoeding. De rechtbank concludeert dat de bewaring terecht is opgelegd en dat er geen grond is voor schadevergoeding. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de bewaring wegens gebruik van een valse identiteitskaart wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.