ECLI:NL:RBSGR:2002:AE7867
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing visumaanvraag en ex tunc beoordeling arbeidsovereenkomst
Eiseres, van Ghanese nationaliteit, vroeg op 15 september 2000 een toeristenvisum aan om haar zus te bezoeken. Dit verzoek werd geweigerd omdat verweerder meende dat eiseres niet over voldoende duurzame middelen van bestaan beschikte. De arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd van de referente, de zus, werd pas in beroep overgelegd en niet in bezwaar. Verweerder stelde dat deze overeenkomst niet meegenomen kon worden vanwege de ex tunc toetsing.
De rechtbank oordeelde dat de ex tunc toetsing geen uitdrukkelijke wettelijke grondslag heeft en dat het belang van rechtsbescherming en doelmatige geschillenbeslechting prevaleert. De arbeidsovereenkomst die in beroep werd overgelegd, is van wezenlijk belang en wordt daarom in de beoordeling betrokken. Hierdoor is het standpunt van verweerder dat eiseres onvoldoende solvabel is onhoudbaar.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat verweerder binnen vier weken een nieuw besluit moet nemen. Het verzoek tot oplegging van een dwangsom werd afgewezen. De rechtbank wees de Staat aan als rechtspersoon voor vergoeding van het griffierecht. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit tot weigering van het visum wordt vernietigd.