ECLI:NL:RBSGR:2002:AE7868
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke uitspraak over onrechtmatige wachttijd in asielprocedure
Eiser, een Chinese Tibetaan, meldde zich op 20 april 2002 aan met het oog op toelating tot Nederland en kreeg pas op 17 juli 2002 de gelegenheid om een asielaanvraag in te dienen. De minister wees de aanvraag binnen 48 uur af, waarna eiser beroep instelde tegen deze beschikking.
De rechtbank constateerde dat noch de Vreemdelingenwet 2000, noch het Vreemdelingenbesluit 2000 een wettelijke grondslag biedt voor het gehanteerde wachtlijst- of afsprakensysteem bij het Aanmeldcentrum (AC). Dit betekent dat de termijn tussen aanmelding en feitelijke opname in de asielprocedure zo kort mogelijk moet zijn.
De gehanteerde wachttijd van bijna drie maanden werd door de rechtbank als onzorgvuldig en in strijd met artikel 3:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 3.110 van het Vreemdelingenbesluit 2000 beoordeeld. De rechtbank vernietigde de beschikking en veroordeelde de minister tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de afwijzende beschikking wegens onrechtmatige wachttijd en beveelt een nieuwe beslissing.