ECLI:NL:RBSGR:2002:AE7945

Rechtbank 's-Gravenhage

Datum uitspraak
19 september 2002
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
2.303
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • Holtrop
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopig getuigenverhoor inzake luchtaanvallen tegen Joegoslavië

Op 1 mei 2002 dienden verzoekers een verzoekschrift in bij de rechtbank 's-Gravenhage om een voorlopig getuigenverhoor te gelasten. Dit betrof getuigenverklaringen over luchtaanvallen uitgevoerd door de Staat tegen de Federale Republiek Joegoslavië in april en mei 1999. Verzoekers stelden dat de Staat onrechtmatig had gehandeld en wilden bewijs verzamelen ter voorbereiding van een schadevergoedingsprocedure.

De Staat verzocht het verzoek af te wijzen, primair wegens onvoldoende belang van verzoekers en subsidiair wegens misbruik van bevoegdheid. Tijdens de mondelinge behandeling op 5 september 2002 werd duidelijk dat verzoekers een groot aantal getuigen wilden horen, wat de rechtbank nodeloos omslachtig en kostbaar achtte. De rechtbank oordeelde dat verzoekers reeds over voldoende informatie beschikten om hun proceskansen in te schatten en dat bewijslevering in een bodemprocedure beter kan worden beoordeeld.

Gezien de onevenredigheid tussen de belangen van partijen en de omvang van het verzoek, wees de rechtbank het verzoek tot voorlopig getuigenverhoor af. Verzoekers werden veroordeeld in de proceskosten van de Staat, begroot op €973,-. De beschikking werd uitgesproken op 19 september 2002 door rechter Holtrop.

Uitkomst: Het verzoek tot voorlopig getuigenverhoor wordt afgewezen wegens onvoldoende belang en disproportionaliteit.

Uitspraak

JKL
Rekestnummer: 02.303
Datum beschikking: 19 september 2002
RECHTBANK 's-GRAVENHAGE
sector civiel recht - enkelvoudige kamer
Beslissing op het verzoekschrift van:
[verzoeker],
wonende te [adres],
en 15 andere verzoekers,
advocaat: mr. N.M.P. Steijnen, advocaat te Zeist,
procureur: mr. A.B.B. Beelaard,
t e g e n:
DE STAAT DER NEDERLANDEN,
zetelende te 's-Gravenhage,
verweerder,
procureur: mr. G.J.H. Houtzagers.
Partijen worden hierna aangeduid met "[verzoekers]" en "de Staat".
1. Het procesverloop:
1.1 [verzoekers] hebben op 1 mei 2002 een verzoekschrift ingediend waarin zij de rechtbank verzoeken een voorlopig getuigenverhoor te bevelen.
1.2 Op 2 september 2002 heeft de Staat een verweerschrift ingediend waarin hij concludeert tot afwijzing van het verzoek.
1.3 De mondelinge behandeling heeft plaats gevonden op 5 september 2002. Namens [verzoekers] is mr. N.M.P. Steijnen verschenen. Namens de Staat is mr. G.J.H. Houtzagers verschenen.
2. De beoordeling:
2.1 [verzoekers] willen getuigen doen horen met betrekking tot luchtaanvallen die in de nacht van 22 op 23 april 1999 en op 7 mei 1999 tegen de Federale Republiek Joegoslavië zijn uitgevoerd. Zij zijn van mening dat de Staat met deze aanvallen onrechtmatig jegens hen heeft gehandeld en zij zijn voornemens een procedure te starten jegens de Staat tot verhaal van de hierdoor door hen geleden schade.
2.2 De Staat is van mening dat het verzoek dient te worden afgewezen. Primair op grond van onvoldoende belang en subsidiair op grond van misbruik van bevoegdheid.
2.3 [verzoekers] willen 18 getuigen doen horen. Het 48 pagina's tellend verzoekschrift bevat een zeer uitgebreide toelichting op het verzoek. Uit deze toelichting en uit hetgeen ter zitting is verklaard heeft de rechtbank de indruk gekregen dat [verzoekers] over voldoende informatie beschikken om hun proceskansen reeds nu behoorlijk te kunnen schatten. De rechtbank is derhalve gevoelig voor de argumenten van de Staat, waaruit volgt dat [verzoekers] momenteel onvoldoende belang hebben bij het horen van een zeer groot aantal getuigen.
2.4 Een voorlopig getuigenverhoor met de omvang zoals [verzoekers] thans voor ogen staat, acht de rechtbank nodeloos omslachtig en kostbaar. Mede gelet op de grote werkbelasting die een dergelijk omvangrijk voorlopig getuigenverhoor met zich brengt, is de rechtbank van oordeel dat eerst vast gesteld moet worden in een eventuele bodemprocedure, welke stellingen relevant zijn en waarvoor bewijslevering kan worden toegelaten.
2.5 De onevenredigheid van de over en weer betrokken belangen leidt tot de conclusie dat het verzoek van [verzoekers] tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor dient te worden afgewezen.
Beslissing:
De rechtbank:
- wijst het verzoek af;
- veroordeelt [verzoekers] in de kosten van deze procedure, tot op heden aan de zijde van de Staat begroot op € 193,-- aan verschotten en op € 780,-- aan salaris voor de procureur.
Deze beschikking is gegeven door mr. Holtrop en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 september 2002, in tegenwoordigheid van de griffier.
Rekestnummer: 02.303