ECLI:NL:RBSGR:2002:AE7959
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Toewijzing beroep wegens onvoldoende motivering bij ongewenstverklaring en weigering verblijfsvergunning afhankelijk vluchteling
Een Iraanse verzoeker, die als minderjarig kind met zijn moeder naar Nederland kwam en afhankelijk vluchteling is, werd ongewenst verklaard vanwege een onherroepelijke veroordeling voor poging tot doodslag en mishandeling. Verweerder weigerde hem een verblijfsvergunning te verlenen omdat hij een gevaar voor de openbare orde zou vormen. De voorzieningenrechter constateerde dat verzoeker in beginsel vluchteling is, mede omdat zijn moeder als vluchteling is toegelaten.
Verweerder had onvoldoende onderzocht en gemotiveerd welke risico's verzoeker bij terugkeer naar Iran loopt, terwijl het niet uitgesloten is dat hij vanwege familierelaties problemen kan ondervinden. Hierdoor ontbrak een specifieke belangenafweging in het bestreden besluit. Tevens was verzoeker niet adequaat gehoord over deze risico's. De rechtbank oordeelde dat de motivering van verweerder onvoldoende was en dat de belangenafweging niet deugde.
De voorzieningenrechter besloot daarom het beroep van verzoeker gegrond te verklaren, de beschikking te vernietigen en verweerder te gebieden een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd verweerder verboden om uitzetting of voorbereidingen daartoe te treffen zolang niet op het bezwaar is beslist. De proceskosten werden aan verzoeker toegekend. Tegen deze uitspraak stond geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Beroep gegrond verklaard wegens onvoldoende motivering en belangenafweging; uitzetting verboden en nieuw besluit bevolen.