ECLI:NL:RBSGR:2002:AE7964
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige bewaring vreemdeling wegens onevenwichtige belangenafweging
De rechtbank 's-Gravenhage behandelde het beroep van een Roemeense vreemdelinge die in bewaring was gesteld omdat zij zich niet binnen drie dagen had gemeld bij de korpschef, zoals vereist in artikel 4.8 Vreemdelingenbesluit 2000. Verweerder stelde dat er een ernstig vermoeden bestond dat de vreemdelinge zich aan een voorgenomen uitzetting zou onttrekken.
De rechtbank stelde vast dat de identiteit van de vreemdelinge vaststond, zij beschikte over een vaste verblijfplaats en voldoende middelen van bestaan. Daarom vond de rechtbank dat een lichtere maatregel dan bewaring, zoals een meldplicht, volstond. De bewaring was onrechtmatig omdat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom onttrekkingsgevaar bestond.
Met betrekking tot het verzoek om schadevergoeding oordeelde de rechtbank dat onrechtmatige bewaring in beginsel schadevergoeding rechtvaardigt, maar matigde deze tot nihil vanwege het feit dat de vreemdelinge zelf in strijd met de vreemdelingenwet had gehandeld.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, hechtte geen schadevergoeding toe en veroordeelde verweerder in de proceskosten.
Uitkomst: Bewaring van de vreemdelinge wordt opgeheven wegens onrechtmatigheid; schadevergoeding wordt afgewezen.