ECLI:NL:RBSGR:2002:AE7968
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Toekenning verblijfsvergunning na bewijs ononderbroken verblijf ondanks verblijfsgat
Eiser, van Indiase nationaliteit, vroeg om een verblijfsvergunning op grond van de tijdelijke regeling witte illegalen (TWIR). Verweerder weigerde de vergunning omdat eiser niet zou hebben aangetoond dat hij vanaf 1 januari 1992 ononderbroken in Nederland verbleef, met name vanwege een verblijfsgat van 11 april 1996 tot 5 augustus 1999.
Eiser onderbouwde zijn stelling met getuigenverklaringen en stukken uit een civiele kantongerechtsprocedure tegen zijn voormalige werkgever, waarin hij loon en niet-genoten vakantiedagen vorderde. De kantonrechter had deze getuigen gehoord en eiser in het gelijk gesteld, waarbij werd vastgesteld dat hij gedurende het verblijfsgat 40 uur per week werkte zonder vakantiedagen.
De rechtbank oordeelde dat deze rechterlijke toetsing in de civiele procedure betrouwbaar is en dat eiser daarmee in rechte heeft bewezen dat hij ononderbroken verblijf had. Verweerder kon dit niet voldoende weerleggen. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit, bepaalde dat verweerder een nieuw besluit moet nemen en verbood uitzetting zolang niet opnieuw op bezwaar is beslist.
Daarnaast wees de rechtbank het verzoek om een voorlopige voorziening af omdat de uitspraak op het beroep zelf reeds was gedaan. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht werd aan eiser vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens bewezen ononderbroken verblijf.