ECLI:NL:RBSGR:2002:AE8046
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F. Salomon
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige bewaring van niet-visumplichtige Roemeen wegens onvoldoende gronden
Eiser, een Roemeense nationaliteit dragende vreemdeling, werd op 23 juli 2002 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij was eerder op 11 juli 2002 vrijgesproken van het strafrechtelijk ten laste gelegde, maar werd desalniettemin in bewaring gehouden vanwege een eerdere veroordeling uit 2000 en het ontbreken van een visum.
De rechtbank oordeelde dat de grondslag voor de bewaring onvoldoende was omdat niet was gespecificeerd welk delict aan de eerdere veroordeling ten grondslag lag, waardoor het belang van de openbare orde onvoldoende was aangetoond. Tevens bleek dat het paspoort van eiser bij de politie berustte, zodat de vrije termijn voor niet-visumplichtige Roemenen niet was komen te vervallen.
De bewaring werd daarom onrechtmatig geacht en opgeheven met ingang van 30 juli 2002. Daarnaast werd eiser een schadevergoeding toegekend voor de onrechtmatige bewaring en werden de proceskosten ten laste van de Staat der Nederlanden gebracht.
Uitkomst: De bewaring van eiser wordt opgeheven wegens onrechtmatigheid en eiser krijgt een schadevergoeding en proceskosten toegekend.