ECLI:NL:RBSGR:2002:AE8120
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening tegen ongewenstverklaring en weigering verblijfsvergunning voortgezet verblijf
Verzoeker, van Turkse nationaliteit, diende op 28 januari 2001 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning zonder beperkingen met als doel vestiging, gebaseerd op voortgezet verblijf c.q. wedertoelating. Verweerder weigerde de aanvraag op 31 januari 2002 en verklaarde verzoeker ongewenst vanwege een eerdere strafrechtelijke veroordeling en het ontbreken van rechtmatig verblijf.
De voorzieningenrechter constateerde dat verweerder geen zorgvuldige belangenafweging had gemaakt tussen het persoonlijke belang van verzoeker, die sinds zijn vierde jaar in Nederland verblijft, en het algemeen belang bij bescherming van de openbare orde. Tevens was onduidelijk of verweerder verzoeker correct had geïnformeerd over de mogelijkheid tot conversie van verblijfsvergunning en het verval van verblijfsrecht bij meerderjarigheid.
Verder oordeelde de rechter dat de aanvraag ten onrechte was aangemerkt als een aanvraag voor een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, terwijl het een aanvraag voor onbepaalde tijd betrof. Verweerder had bovendien alleen getoetst aan voortgezet verblijf en niet aan wedertoelating, waardoor geen beslissing was genomen op de oorspronkelijke aanvraag.
De voorzieningenrechter besloot daarom de voorlopige voorziening toe te wijzen, de werking van het besluit tot ongewenstverklaring op te schorten tot vier weken na beslissing op bezwaar, en verweerder te veroordelen in de proceskosten van verzoeker.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en de werking van het besluit tot ongewenstverklaring wordt opgeschort.