ECLI:NL:RBSGR:2002:AE8131
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.A.C. van Rossum
- C.G. Tjebbes
- J. Kramer
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid vordering schadevergoeding wegens vermeende onrechtmatige plaatsing jeugdige
Eiser was bij vonnis van 18 december 1998 geplaatst in een inrichting voor jeugdigen. Hij verbleef tot 8 november 1999 als passant in een penitentiaire inrichting en werd daarna geplaatst in een rijksinrichting voor jeugdigen en later in een jeugdbehandelingsinrichting. Eiser vordert van de Staat een schadevergoeding wegens vermeende onrechtmatige plaatsing en wachttijd in een tbs-inrichting, met verwijzing naar eerdere jurisprudentie over onrechtmatigheid en schadevergoeding bij tbs-passanten.
De Staat voert verweer en stelt dat eiser niet de juiste beroepsgang heeft gevolgd. De rechtbank stelt vast dat eiser niet onder de groep valt waarvoor beroep mogelijk is op grond van de Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden, maar wel onder de regeling van artikel 77w Sr bij het College van advies voor de justitiële kinderbescherming. Eiser heeft deze bijzondere beroepsgang niet doorlopen.
Daarom oordeelt de rechtbank dat het verblijf van eiser in de penitentiaire inrichting en de rijksinrichting voor jeugdigen rechtmatig was. De vordering tot schadevergoeding wegens onrechtmatig handelen van de Staat wordt afgewezen en eiser wordt in de proceskosten veroordeeld.
Uitkomst: Eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn vordering tot schadevergoeding wegens het niet volgen van de voorgeschreven beroepsgang.