ECLI:NL:RBSGR:2002:AE8329
Rechtbank 's-Gravenhage
- Herziening
- W.J. van Bennekom
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek in vreemdelingenzaak op grond van onvoldoende nieuwe feiten
Verzoeker, een Koerdische asielzoeker uit Centraal-Irak, verzoekt om herziening van eerdere uitspraken waarin zijn beroep op toelating als vluchteling en een voorlopige voorziening werden afgewezen. Hij baseert dit verzoek op nieuwe documenten, waaronder een 'statement of understanding' tussen het Ministerie van Buitenlandse Zaken en de Kurdistan Regional Government (KRG) en een brief van de KRG-vertegenwoordiger.
De rechtbank overweegt dat het herzieningsverzoek op grond van artikel 8:88 Awb Pro alleen kan slagen als er feiten of omstandigheden zijn die voor de uitspraak plaatsvonden, niet bekend waren en bij bekendheid tot een andere uitspraak hadden kunnen leiden. Hoewel de nieuwe documenten voor de uitspraak plaatsvonden en niet bekend waren, voldoen zij niet aan de maatstaf van artikel 83, tweede lid, Vw 2000.
De rechtbank concludeert dat de stukken niet van voldoende belang zijn om de eerdere beslissing te wijzigen, mede gelet op het ambtsbericht van het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Het verzoek om herziening van de voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk en het verzoek om herziening van het beroep wordt afgewezen. Er worden geen proceskosten toegekend. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het herzieningsverzoek wordt afgewezen en het verzoek om herziening van de voorlopige voorziening niet-ontvankelijk verklaard.