ECLI:NL:RBSGR:2002:AE8340
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende aannemelijkheid vervolging en niet-toepassing artikel 3.119 Vreemdelingenbesluit
Eiser, een Iraanse asielzoeker, stelde dat hij in Iran tweemaal was gearresteerd en gedetineerd vanwege politieke activiteiten, en dat hij na bedreiging moest vluchten. Hij voerde aan dat zijn asielrelaas onvoldoende werd meegewogen en dat hij op grond van artikel 3.119 van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb 2000) had moeten worden gehoord over aanvullende verklaringen.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij in Iran een reëel risico liep op vervolging of onmenselijke behandeling. De verklaringen over zijn activiteiten en de wijze van ontkomen aan zijn belagers waren niet geloofwaardig en inconsistent. Ook was niet gebleken dat de aanvullende verklaringen nieuwe feiten of omstandigheden bevatten die een herbeoordeling van het besluit rechtvaardigden.
De rechtbank stelde dat artikel 3.119 Vb 2000 alleen toepassing vindt bij nieuwe of anders beoordeelde feiten van aanmerkelijk belang, wat hier niet het geval was. De aanvraag werd daarom terecht afgewezen en het beroep ongegrond verklaard. Er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag om verblijfsvergunning wordt afgewezen.