ECLI:NL:RBSGR:2002:AE8362
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring bezwaarschrift tewerkstellingsvergunning wegens termijnoverschrijding
Eiseres, een Surinaamse onderdaan woonachtig te Paramaribo, diende via haar werkgever een aanvraag in voor een tewerkstellingsvergunning. Deze aanvraag werd op 25 april 2001 door verweerder afgewezen. Eiseres diende vervolgens op 6 juni 2001 een bezwaarschrift in tegen deze afwijzing, maar verweerder verklaarde dit bezwaarschrift niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de bezwaartermijn.
De rechtbank oordeelt dat de toepasselijke termijn voor het indienen van bezwaar niet de vier weken uit artikel 69 Vreemdelingenwet Pro 2000 is, maar de termijn uit artikel 6:7 Algemene Pro wet bestuursrecht (Awb), omdat de Wet arbeid vreemdelingen (Wav) zelf geen termijn noemt. De termijn vangt aan op de dag na verzending van het besluit, derhalve op 4 mei 2001. Het bezwaarschrift van eiseres is op 6 juni 2001 ontvangen, dus binnen de wettelijke termijn.
Verder overweegt de rechtbank dat verweerder opnieuw op het bezwaarschrift moet beslissen en daarbij moet nagaan of eiseres als belanghebbende kan worden beschouwd. De rechtbank wijst op jurisprudentie dat degene die slechts via een toekomstige contractuele relatie belang heeft, in beginsel niet-ontvankelijk is als de oorspronkelijke aanvrager geen bezwaar heeft gemaakt. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en gelast terugbetaling van onverschuldigd griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens onjuiste toepassing van de bezwaartermijn.