ECLI:NL:RBSGR:2002:AE8594
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Schending hoorplicht en verschoonbare termijnoverschrijding bij vreemdelingenprocedure
Eisers, Iraakse vluchtelingen, dienden in december 1997 aanvragen in voor toelating als vluchteling en verblijf. Verweerder wees deze aanvragen in juli 1998 af, maar verleende een voorwaardelijke vergunning tot verblijf. Na bezwaar en intrekking van deze vergunningen verklaarde verweerder de bezwaren ongegrond in januari 2001. Eisers stelden vervolgens beroep in, maar te laat.
De rechtbank beoordeelde of deze termijnoverschrijding verschoonbaar was. Op basis van een advies van de Commissie Rechtsbijstand Asielzoekers, die ernstige tekortkomingen bij de voormalige gemachtigde constateerde en de eisers ernstig geschaad achtte, oordeelde de rechtbank dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was.
Daarnaast stelde de rechtbank vast dat verweerder in latere beschikkingen was teruggekomen op eerdere standpunten over de arrestatie en detentie van eiser na een aanslag, wat een ingrijpende wijziging van de grondslag van de weigering betekende. Dit had een hoorplicht tot gevolg die niet was nageleefd, waardoor sprake was van schending van de hoorplicht.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de bestreden beschikkingen en droeg verweerder op nieuwe beschikkingen te geven met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten en werd de Staat aangewezen als rechtspersoon voor vergoeding van griffierecht en kosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard wegens schending van de hoorplicht en verschoonbare termijnoverschrijding, waarna de bestreden beschikkingen worden vernietigd.