ECLI:NL:RBSGR:2002:AE8829
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- I.H.J. van Neer
- A.J. Henzen
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening wegens beëindiging opvang bij medische noodzaak vreemdeling
Verzoeker, een Kameroense vreemdeling, heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor medische behandeling. Na afwijzing van zijn aanvraag en het maken van bezwaar, verzocht hij om een voorlopige voorziening tegen beëindiging van zijn opvang en verstrekkingen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat verzoeker terecht niet als vluchteling is erkend en dat geen sprake is van een reëel risico op foltering of onmenselijke behandeling bij uitzetting. Ook is geen klemmende humanitaire reden gevonden om een verblijfsvergunning te verlenen. Verweerder heeft echter geen concrete belangenafweging gemaakt met betrekking tot de gezondheidstoestand van verzoeker.
Gezien de medische stukken die aantonen dat verzoeker ernstige gezondheidsproblemen heeft en afhankelijk is van medische zorg en speciale voeding, acht de voorzieningenrechter het beëindigen van de opvangvoorzieningen onaanvaardbaar. Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen, zodat verzoeker in Nederland kan blijven totdat op zijn bezwaar is beslist.
Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen waardoor verzoeker de beslissing op bezwaar in Nederland mag afwachten vanwege zijn medische situatie.