ECLI:NL:RBSGR:2002:AE9276
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- I.L. Haverkate
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen bewaring vreemdeling zonder rechtmatig verblijf
De vreemdelinge, met Roemeense nationaliteit, reisde op 6 op 7 september 2002 Nederland binnen. Zij had een vrije termijn van drie dagen om zich bij de korpschef te melden, die verstreek op 9 september 2002 om 24.00 uur. Op 9 september 2002 om 23.30 uur werd zij staande gehouden, nog binnen de vrije termijn. De rechtbank oordeelde echter dat zij niet aannemelijk had gemaakt zich aan de wettelijke meldplicht te houden, omdat zij geen afspraak had gemaakt of voornemens was zich tijdig te melden.
Op grond hiervan stelde de Minister de vreemdelinge op 10 september 2002 in bewaring wegens het ontbreken van rechtmatig verblijf en het risico op ontduiking van uitzetting. De bewaring werd op 17 september 2002 opgeheven en de vreemdelinge werd uitgezet naar Roemenië. De rechtbank concludeerde dat de bewaring rechtmatig was en dat de toepassing ervan niet onredelijk was. Het beroep tegen de bewaring werd afgewezen en het verzoek om schadevergoeding werd eveneens afgewezen.
De rechtbank benadrukte dat de vreemdelinge geen geldige verblijfstitel had, zich niet tijdig had gemeld bij de korpschef en geen vaste verblijfplaats bezat, wat een reëel risico op ontduiking van uitzetting opleverde. De procedure werd correct gevolgd en de belangen zorgvuldig afgewogen.
Uitkomst: Het beroep tegen de bewaring van de vreemdelinge wordt afgewezen en het verzoek om schadevergoeding wordt geweigerd.