ECLI:NL:RBSGR:2002:AE9377
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduring vrijheidsontnemende maatregel vreemdeling na mislukte uitzetting
De vreemdeling, van Nigeriaanse nationaliteit, werd op 31 maart 2002 de toegang tot Nederland geweigerd en een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd. Op 29 juli 2002 werd een vlucht naar Nigeria ondernomen, maar door een technische storing keerde het vliegtuig terug naar Nederland. De vreemdeling verbleef daarna twee dagen in de luchthavenlounge zonder medeweten van de Nederlandse autoriteiten en keerde zonder paspoort en ticket terug op Nederlands grondgebied.
Verweerder stelde dat de vrijheidsontnemende maatregel rechtmatig was voortgezet omdat de vreemdeling niet daadwerkelijk Nederland had verlaten en niet onder de rechtsmacht van een andere autoriteit viel. De rechtbank oordeelde dat vrijheidsontneming inhoudt dat de autoriteit bewust macht uitoefent over de vreemdeling, wat hier niet het geval was na de terugkeer in Nederland zonder medeweten van verweerder.
De rechtbank concludeerde dat de vrijheidsontnemende maatregel op 29 juli 2002 is geëindigd en dat de grieven van de vreemdeling over de periode daarna niet beoordeeld kunnen worden. Het beroep tegen de voortzetting van de maatregel werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen de voortzetting van de vrijheidsontnemende maatregel is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.