ECLI:NL:RBSGR:2002:AE9414
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- I.L. Haverkate
- Rechtspraak.nl
Rechtmatigheid bewaring vreemdeling ondanks rechtmatig verblijf in afwachting verblijfsvergunning
De vreemdelinge, van Roemeense nationaliteit, werd op 10 september 2002 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 (Vw2000). Zij had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning als zelfstandige, maar deze aanvraag werd ingetrokken waarna zij opnieuw in bewaring werd gesteld. De rechtbank beoordeelde of deze bewaring rechtmatig was en of de maatregel in redelijkheid gerechtvaardigd was.
De vreemdelinge betoogde dat zij rechtmatig in Nederland verbleef en dat zij mocht werken in afwachting van de beslissing op haar aanvraag. Tevens stelde zij dat zij onvoldoende rechtsbijstand had gekregen voorafgaand aan de inbewaringstelling. De rechtbank concludeerde dat verweerder voldoende zorg had betracht voor rechtsbijstand en dat het rechtmatig verblijf in afwachting van een beslissing niet toestaat om arbeid te verrichten zonder vergunning. Dit volgt uit de Vw2000 en de Wet arbeid vreemdelingen (Wav).
De rechtbank vond dat de maatregel van bewaring gerechtvaardigd was in het belang van de openbare orde en met het oog op uitzetting. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen omdat de bewaring niet werd opgeheven. Het beroep werd ongegrond verklaard. De rechtbank ging ook niet in op de stelling dat de vreemdelinge als getuige in een mensenhandelonderzoek recht op verblijf zou hebben, omdat daarvoor geen verifieerbare stukken waren overgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de bewaring van de vreemdelinge wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.