ECLI:NL:RBSGR:2002:AE9431
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadevergoeding wegens niet tijdige verlenging verblijfsvergunning en relativiteitsvereiste
Eiseres, een vrouw van Turkse nationaliteit, diende een aanvraag in voor verlenging van haar vergunning tot verblijf met een beperking tot arbeid in loondienst. Na afwijzing van haar aanvraag en administratief beroep, werd het eerdere besluit door de president van de rechtbank vernietigd en werd verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen. Uiteindelijk werd de vergunning verlengd op 2 april 1999, ruim twee jaar na het oorspronkelijke besluit.
Eiseres vorderde vervolgens schadevergoeding wegens inkomensderving, stellende dat zij door het uitblijven van het nieuwe besluit geen arbeid kon verrichten. De rechtbank toetste dit verzoek aan artikel 6:162 BW Pro en relevante jurisprudentie. De rechtbank concludeerde dat eiseres onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat het niet kunnen verwerven van inkomsten direct en onmiddellijk het gevolg was van het vertraagde besluit. Bovendien was onvoldoende aangetoond dat daadwerkelijk schade was geleden.
Daarnaast oordeelde de rechtbank dat het relativiteitsvereiste niet was vervuld, omdat het verkrijgen van toegang tot de arbeidsmarkt slechts een neveneffect is van de verblijfsvergunning en niet het doel ervan. Daarom kon eiseres geen aanspraak maken op schadevergoeding. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep op schadevergoeding wegens vertraagde verlenging van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard.