ECLI:NL:RBSGR:2002:AE9496
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid vrijheidsbeperkende maatregel op luchthaven Schiphol
De vreemdeling, van Nigeriaanse nationaliteit, kreeg op 31 maart 2002 de toegang tot Nederland geweigerd op Schiphol en werd onder de Vreemdelingenwet 2000 vrijheidsbeperkende maatregelen opgelegd. Na een poging tot uitreis op 29 juli 2002 waarbij het vliegtuig terugkeerde wegens technische problemen, verbleef de vreemdeling twee dagen op Schiphol zonder dat de autoriteiten op de hoogte waren van zijn verblijf.
Verweerder stelde dat de toegangsweigering nog steeds van kracht was omdat de vreemdeling niet op buitenlands grondgebied was geweest. De rechtbank oordeelde dat de vrijheidsbeperkende maatregel terecht was opgelegd en dat de plaatsing in de lounge niet in strijd was met de wet of het beleid. De vreemdeling had geen nieuwe toegang aangevraagd en er was sprake van een spoedige uitzetting.
De rechtbank concludeerde dat de maatregel proportioneel en rechtmatig was, mede gezien de korte termijn waarop uitzetting gepland stond en het ontbreken van bezwaren vanuit de openbare orde. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen de vrijheidsbeperkende maatregel op Schiphol wordt ongegrond verklaard.