ECLI:NL:RBSGR:2002:AE9562
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.H. Franke
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen beperkte verblijfsvergunning wegens tijdsverloop in asielprocedure
Eiser, een Sri Lankaanse nationaliteit, diende op 12 januari 1998 een aanvraag in voor toelating als vluchteling. Deze werd bij besluit van 20 oktober 1998 afgewezen. Na bezwaar en beroep werd hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd verleend, met ingang van 12 januari 2001, onder de beperking 'tijdsverloop in de asielprocedure'. Eiser stelde dat hem ten onrechte geen vergunning voor onbepaalde tijd zonder beperkingen was toegekend, en dat het overgangsrecht van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) verkeerd werd toegepast.
De rechtbank overwoog dat op grond van het onmiddellijkheidsbeginsel en artikel 7:11 Awb Pro de heroverweging ex nunc dient te geschieden, waarbij het nieuwe recht van de Vw 2000 geldt. De Vw 2000 bevat geen conversiebepaling die een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd toekent aan aanvragen die voor de inwerkingtreding van de wet in behandeling waren. De vermeende ambtelijke misslag waarbij een vergunning voor onbepaalde tijd werd toegekend aan een ander werd niet als precedent erkend. Het beroep van eiser op het gelijkheidsbeginsel werd daarom verworpen.
De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht het bezwaar ongegrond verklaarde en de beperkte vergunning voor bepaalde tijd verleende. Er waren geen gronden voor vernietiging van het besluit of toekenning van proceskosten. Het beroep werd ongegrond verklaard en er is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de beperkte verblijfsvergunning wegens tijdsverloop is ongegrond verklaard.