ECLI:NL:RBSGR:2002:AE9628
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- M.J. van den Bergh
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening inzake schorsende werking bezwaar verblijfsvergunning alleenstaande minderjarige asielzoeker
Verzoeker, een minderjarige asielzoeker uit Somalië, diende op 28 juli 2002 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning. Verweerder wees deze aanvraag af en toetste ambtshalve het bijzondere beleid voor alleenstaande minderjarige asielzoekers, waarbij geen grond voor verlening werd vastgesteld. Verzoeker maakte bezwaar tegen deze beslissing en stelde dat het bezwaar schorsende werking heeft, verwijzend naar eerdere jurisprudentie.
De voorzieningenrechter overwoog dat artikel 6:16 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat bezwaar in principe niet schorst, tenzij een lex specialis anders bepaalt. Artikel 73 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 is zo'n lex specialis en bepaalt dat bezwaar tegen afwijzing van een verblijfsvergunning de werking van het besluit opschort, behoudens enkele limitatief opgesomde uitzonderingen die hier niet van toepassing zijn.
Verweerder betoogde dat het bijzondere beleid voor alleenstaande minderjarige asielzoekers niet onder artikel 73 valt Pro, maar dit werd door de voorzieningenrechter niet gevolgd. De werking van het bestreden besluit wordt daarom geschorst totdat op het bezwaar is beslist. Hierdoor heeft verzoeker geen belang meer bij de gevraagde voorlopige voorziening, die daarom niet-ontvankelijk werd verklaard.
Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op 322 euro, te voldoen aan de griffier.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het bezwaar schorsende werking heeft.