ECLI:NL:RBSGR:2002:AF0956

Rechtbank 's-Gravenhage

Datum uitspraak
12 november 2002
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
AWB 02/308 WAO
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechtbank verklaart zich onbevoegd in beroep tegen UWV-besluit na eerdere beslissing

Eiser heeft beroep ingesteld tegen een besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) van 23 november 2001. Het beroepschrift was abusievelijk eerst bij verweerder ingediend. Verweerder zond het beroepschrift door aan de rechtbank Dordrecht, die het beroep niet-ontvankelijk verklaarde en het daaropvolgende verzet ongegrond verklaarde. Hierdoor is het beroep onherroepelijk beslist.

De rechtbank 's-Gravenhage oordeelt dat zij kennelijk onbevoegd is om kennis te nemen van het beroep, omdat op hetzelfde beroep tegen hetzelfde besluit reeds onherroepelijk is beslist door een andere met absolute bevoegdheid belaste rechter. Een tweede beoordeling door een andere rechtbank is niet mogelijk.

Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat verzet open bij de rechtbank binnen zes weken na verzending van het vonnis.

Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het beroep omdat het reeds onherroepelijk door een andere rechtbank is beslist.

Uitspraak

Rechtbank 's-Gravenhage
sector bestuursrecht
eerste afdeling, enkelvoudige kamer
Reg.nr. AWB 02/308 WAO
UITSPRAAK
als bedoeld in artikel 8:54
van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)
Uitspraak in het geding tussen
de minister van Justitie, eiser,
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, als rechtsopvolger van het Landelijk instituut sociale verzekeringen, verweerder.
Ontstaan en loop van het geding
Bij brief van 17 januari 2002, bij de rechtbank ingekomen op 18 januari 2002, heeft eiser beroep ingesteld tegen een besluit van verweerder van 23 november 2001. Eiser heeft hierbij aangegeven dat hij bij brief van 20 december 2001 abusievelijk het beroepschrift heeft ingediend bij verweerder.
Op verzoek van de rechtbank om aan te geven of en zo ja, waarom het bij verweerder ingediende beroepschrift niet is doorgezonden aan de rechtbank, heeft verweerder schriftelijk gereageerd, met overlegging van twee uitspraken van de rechtbank Dordrecht.
Motivering
Blijkens de stukken heeft verweerder het beroepschrift doorgezonden aan de rechtbank Dordrecht. Deze heeft, met toepassing van artikel 8:54 van Pro de Awb, bij uitspraak van 31 mei 2002 het beroep niet-ontvankelijk verklaard en bij uitspraak van 6 september 2002 het hiertegen door eiser gedane verzet ongegrond verklaard. Daarmee is onherroepelijk op het beroep beslist.
Op hetzelfde beroep van dezelfde eiser tegen hetzelfde besluit kan niet voor een tweede keer door een met dezelfde absolute bevoegdheid belaste rechter worden beslist. De rechtbank is derhalve kennelijk onbevoegd van het beroep kennis te nemen.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De Rechtbank 's-Gravenhage,
RECHT DOENDE:
verklaart zich onbevoegd van het beroep kennis te nemen.
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na verzending daarvan verzet worden gedaan bij de rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij aan de rechtbank verzoeken omtrent het verzet te worden gehoord.
Aldus gegeven door mr D.A. Verburg en in het openbaar uitgesproken op 12 november 2002, in tegenwoordigheid van de griffier T.N.F. van der Gaarden.
Voor eensluidend afschrift,
de griffier van de Rechtbank 's-Gravenhage,
Verzonden op: