ECLI:NL:RBSGR:2002:AF1217
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit buiten behandeling stellen verlenging verblijfsvergunning minderjarigen
Eiseressen, minderjarige dochters van een vergunninghouder, kwamen in het kader van gezinshereniging naar Nederland en beschikten tot hun twaalfde over een verblijfsvergunning via de vergunning van hun vader. Toen zij ouder werden, dienden zij zelfstandige aanvragen in voor verlenging van hun verblijfsvergunningen. Verweerder stelde deze aanvragen buiten behandeling omdat zij niet tijdig waren ingediend en zij niet beschikten over een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv).
De rechtbank oordeelde dat verweerder onjuist had aangenomen dat de aanvragen eerste toelating betroffen in plaats van verlenging, waardoor de vrijstelling van het mvv-vereiste niet juist was toegepast. Tevens concludeerde de rechtbank dat verweerder onvoldoende had onderzocht of eiseressen of hun vader waren geïnformeerd over de noodzaak van zelfstandige aanvragen na het bereiken van de twaalfjarige leeftijd.
Op grond van de vreemdelingencirculaire en parlementaire geschiedenis rustte op verweerder een verantwoordelijkheid tot enige vorm van informatievoorziening over tijdige verlenging. Verweerder had dit niet gedaan en het besluit was daarom in strijd met het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel genomen. Het beroep werd gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot buiten behandeling stellen van de aanvragen wordt vernietigd.