ECLI:NL:RBSGR:2002:AF1231
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting Syrische asielzoekers wegens risico op schending EVRM artikel 3
Twee Syrische asielzoekers hebben bij de rechtbank een verzoek ingediend tot het treffen van een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen totdat op hun bezwaar tegen de afwijzing van hun asielaanvragen is beslist. De Staatssecretaris van Justitie had hun aanvragen afgewezen en geen verblijfsvergunning verleend op humanitaire gronden.
De voorzieningenrechter toetst of er sprake is van onverwijlde spoed en een spoedeisend belang, en of er redelijke twijfel bestaat over het ontbreken van aanspraak op een verblijfsvergunning asiel. Hoewel niet is gebleken dat Syrië als zodanig een onveilige situatie biedt voor asielzoekers, is overwogen dat de informatie over de behandeling van terugkerende asielzoekers in Syrië, mede op basis van rapporten van Amnesty International en een aankomend ambtsbericht, concrete aanknopingspunten geeft voor twijfel over de juistheid van het ambtsbericht van de Minister van Buitenlandse Zaken.
De rechter concludeert dat niet zonder meer kan worden uitgesloten dat de verzoekers bij terugkeer het risico lopen op foltering of onmenselijke behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro. Daarom wordt het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening toegewezen, zodat de uitzetting wordt opgeschort tot op het bezwaar is beslist. Tevens worden de proceskosten en het griffierecht aan de verzoekers toegekend.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter W.P.C.G. Derksen op 4 juli 2002 en is niet vatbaar voor hoger beroep.
Uitkomst: De uitzetting van de Syrische asielzoekers wordt geschorst tot op het bezwaar is beslist vanwege reële twijfel over risico op schending van artikel 3 EVRM.