ECLI:NL:RBSGR:2002:AF1292
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening afgewezen wegens toepasselijk vertrekmoratorium voor asielzoeker uit Centraal-Irak
Verzoeker, een asielzoeker van Iraakse nationaliteit geboren in Centraal-Irak, heeft bij de rechtbank een voorlopige voorziening gevraagd om uitzetting te voorkomen. De minister van Justitie had op 21 mei 2002 een vertrekmoratorium ingesteld voor asielzoekers uit Centraal-Irak, dat sinds 24 mei 2002 van kracht is.
De rechtbank oordeelt dat verzoeker, gezien zijn geboorteland en het ontbreken van contra-indicaties, onder het vertrekmoratorium valt. Hierdoor is hij momenteel niet uitzetbaar en heeft hij geen belang meer bij het verzoek om voorlopige voorziening. Het verzoek wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard.
Verder wordt opgemerkt dat het vertrekmoratorium het rechtmatig verblijf van verzoeker herleeft, waardoor een eventueel nieuw verzoek om voorlopige voorziening kan worden afgewacht. De rechtbank veroordeelt de verweerder tot betaling van de proceskosten van verzoeker.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter Derksen en in het openbaar uitgesproken op 14 juni 2002. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens toepasselijk vertrekmoratorium; verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten.