ECLI:NL:RBSGR:2002:AF1294
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- L. van Es
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige bewaring vreemdeling zonder rechtmatig verblijf en toekenning schadevergoeding
Eiser, een Oekraïense vreemdeling zonder rechtmatig verblijf in Nederland, werd op 28 augustus 2002 in bewaring gesteld op grond van de Vreemdelingenwet 2000. De Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie voerde als gronden onder meer het ontbreken van een identiteitspapier en het niet naleven van vertrektermijnen aan. De rechtbank oordeelt echter dat deze gronden niet of onvoldoende in de maatregel tot bewaring zijn vermeld en daarom niet als draagkrachtig kunnen worden beschouwd.
Tijdens de zitting bleek dat eiser wel degelijk een paspoort bij zich had, aangetroffen bij fouillering, en dat er geen bewijs was dat hij zich niet aan zijn vertrektermijn had gehouden of eerder onrechtmatig verbleef. De rechtbank concludeert dat de vrijheidsontnemende maatregel in strijd is met de Vreemdelingenwet 2000 en verklaart het beroep gegrond.
Daarnaast kent de rechtbank eiser een schadevergoeding toe van €95 per dag voor de negen dagen dat hij ten onrechte in bewaring was, totaal €855. Tevens worden de proceskosten van €644 ten laste van de Staat der Nederlanden gebracht. Het vonnis is uitgesproken op 17 september 2002 en partijen kunnen hiertegen hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en eiser krijgt een schadevergoeding van €855 toegekend voor onrechtmatige bewaring.