ECLI:NL:RBSGR:2002:AF1296
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing vreemdelingenbewaring wegens strijd met wettelijke doelstelling
Eiser, een Nigeriaanse vreemdeling, werd op 14 september 2002 in vreemdelingenbewaring gesteld met het oog op uitzetting. Hij stelde beroep in tegen deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding. Hoewel de advocaat van eiser schriftelijk had medegedeeld dat de zaak als ingetrokken kon worden beschouwd, behandelde de rechtbank het beroep omdat de bewaring niet daadwerkelijk was opgeheven.
Tijdens de zitting verklaarde verweerder dat de bewaring niet plaatsvond ter uitzetting maar met het oog op een voorgenomen strafrechtelijke detentie. De rechtbank oordeelde dat de bewaring hierdoor niet langer voldeed aan de doelstelling zoals geformuleerd in artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Daarom werd de bewaring met ingang van 23 september 2002 opgeheven.
Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen omdat onvoldoende vaststond dat de bewaring vóór de zittingsdatum onrechtmatig was en het verzoek niet nader was onderbouwd. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €322. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank beveelt de opheffing van de vreemdelingenbewaring per 23 september 2002 en wijst het verzoek om schadevergoeding af.