ECLI:NL:RBSGR:2002:AF1311
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige bekendmaking intrekking verblijfsvergunning leidt tot gegrond beroep
Eiser, een Russische vreemdeling met een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd, kreeg deze vergunning op 26 september 2000 ingetrokken omdat hij met onbekende bestemming was vertrokken. Verweerder stuurde het besluit aan een adres waarvan bekend was dat eiser daar niet meer woonde. Hierdoor kon eiser niet tijdig kennisnemen van het besluit en diende hij pas op 24 oktober 2001 bij de gemeente navraag te doen.
Verweerder verklaarde het daaropvolgende bezwaar niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding, verwijzend naar artikel 3.104 Vreemdelingenbesluit 2000 en beleid uit de Vreemdelingencirculaire. De rechtbank oordeelde echter dat deze beleidsregels niet als lex specialis gelden voor de wijze van bekendmaking bij intrekking van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd.
De rechtbank stelde vast dat artikel 3:41 Awb Pro onverkort van toepassing is, dat vereist dat bekendmaking geschiedt door uitreiking of toezending aan de belanghebbende of, indien dat niet mogelijk is, op een andere geschikte wijze. Het toezenden aan een adres waarvan bekend is dat de vreemdeling daar niet meer woont, is geen geschikte wijze van bekendmaking.
Daarom was het bezwaar van eiser tijdig ingediend nadat hij kennis had kunnen nemen van het besluit. Het beroep werd gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder werd opgedragen een nieuw besluit te nemen. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens onjuiste bekendmaking.