ECLI:NL:RBSGR:2002:AF1319
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortzetting vreemdelingenbewaring met het oog op uitzetting
De vreemdeling, van Turkse nationaliteit, is onder bewaring gesteld met het oog op zijn uitzetting uit Nederland. De rechtbank heeft eerder geoordeeld dat deze bewaring niet onrechtmatig is en onderzoekt in deze uitspraak of nieuwe omstandigheden de voortzetting van de bewaring onrechtmatig maken.
De vreemdeling heeft tijdens de procedure aanvragen ingediend voor een verblijfsvergunning regulier en verlenging van een verblijfsvergunning bij zijn partner. De rechtbank stelt vast dat deze nieuwe aanvragen geen reden vormen om de bewaring op te heffen. Tevens is de uitzetting gepland, maar wordt deze uitgesteld in afwachting van de beslissing op de nieuwe aanvragen.
De rechtbank benadrukt dat de vreemdeling ongewenst is verklaard en op grond van de Vreemdelingenwet 2000 geen rechtmatig verblijf heeft. Hoewel de bewaring formeel niet op de juiste wetsgrond is gebaseerd, leidt dit niet tot onrechtmatigheid of schade voor de vreemdeling. De rechtbank verklaart het beroep tegen de voortzetting van de bewaring daarom ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de voortzetting van de vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en de bewaring wordt voortgezet.