ECLI:NL:RBSGR:2002:AF1320
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige voortduring vrijheidsontnemende maatregel na herroeping asielbeschikking
De vreemdeling werd op 19 januari 2002 de toegang tot Nederland geweigerd en onderging een vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6 Vreemdelingenwet Pro 2000. Na een asielaanvraag en afwijzing binnen de 48-uurstermijn werd de maatregel voortgezet. De Raad van State vernietigde echter de afwijzing wegens overschrijding van de 48-uurstermijn, waarna de maatregel werd gehandhaafd.
De rechtbank stelde vast dat de voortduring van de maatregel na herroeping van de asielbeschikking niet in overeenstemming was met het geldende beleid en strijdig was met artikel 4:84 Awb Pro. De gewijzigde handelswijze van verweerder had geen beleidsgrondslag en was niet gerechtvaardigd, aangezien er geen nader onderzoek meer nodig was en de situatie gelijkgesteld moest worden met een voorlopige voorziening.
De rechtbank concludeerde dat de vrijheidsontnemende maatregel onrechtmatig was voortgezet en wees het beroep van de vreemdeling toe. Er werd een schadevergoeding van €1.620 toegekend over de periode van 11 maart tot 16 april 2002, evenals proceskosten van €644 aan de vreemdeling. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer voor vreemdelingenzaken op 5 juli 2002.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en kent een schadevergoeding van €1.620 toe wegens onrechtmatige voortduring van de vrijheidsontnemende maatregel.