ECLI:NL:RBSGR:2002:AF1327
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige bewaring wegens ontbreken redelijk vermoeden van illegaal verblijf
Eiser, een Zaïrese vreemdeling, werd op 25 oktober 2002 staande gehouden en in bewaring gesteld op grond van de Vreemdelingenwet 2000 wegens vermoedelijk illegaal verblijf. De rechtbank onderzocht of er een redelijk vermoeden van illegaal verblijf bestond ten tijde van de staandehouding.
Uit het proces-verbaal en de stukken bleek dat de verbalisant bij de staandehouding geen persoonlijk redelijk vermoeden had dat eiser illegaal verbleef. De door verweerder aangevoerde feiten en omstandigheden waren onvoldoende om dit vermoeden objectief vast te stellen. De rechtbank concludeerde dat de staandehouding en daaropvolgende bewaring onrechtmatig waren.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, beval de opheffing van de maatregel van bewaring met ingang van 7 november 2002 en veroordeelde verweerder tot vergoeding van de proceskosten. Het verzoek om schadevergoeding werd vanwege onvolledig onderzoek gescheiden behandeld en het onderzoek daarvoor heropend.
Uitkomst: De bewaring van eiser wordt opgeheven wegens het ontbreken van een redelijk vermoeden van illegaal verblijf, waardoor de maatregel onrechtmatig was.