ECLI:NL:RBSGR:2002:AF1348
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voortgezet verblijf na verbreking huwelijk wegens ontbreken arbeid
Eiser, een vreemdeling van Trinidaanse nationaliteit, verzocht om verlenging van zijn verblijfsvergunning na de beëindiging van zijn huwelijk. Na het vertrek van zijn echtgenote uit Nederland verviel zijn afhankelijke verblijfsrecht en kreeg hij een zoekjaar om arbeid te vinden waarmee hij in zijn levensonderhoud kon voorzien.
De rechtbank stelde vast dat eiser aan het einde van het zoekjaar niet beschikte over werk voor ten minste een jaar. Hoewel hij gedurende het zoekjaar niet over een correct D-document beschikte, had hij wel een verblijfsdocument dat arbeid toestond en waaruit niet bleek dat het formeel ongeldig was. Eiser maakte niet aannemelijk dat hij hierdoor daadwerkelijk belemmerd was in het zoeken naar werk.
Het beroep werd ongegrond verklaard omdat eiser niet voldeed aan de voorwaarden voor voortgezet verblijf en onvoldoende bewijs leverde van belemmering bij het zoeken naar werk. De rechtbank oordeelde dat het beleid van de vreemdelingenwet correct werd toegepast en dat eiser niet in zijn belangen was geschaad.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de verlenging van de verblijfsvergunning wordt geweigerd.