ECLI:NL:RBSGR:2002:AF1859
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering schadevergoeding voor verdroogde rozenstekjes bij luchtvrachtvervoer
Op 4 augustus 1998 werd een overeenkomst gesloten voor het vervoer van 20.572 rozenstekjes van Nederland naar Kenia. Van de Put haalde de stekjes op en vervoerde ze per vrachtwagen naar Schiphol, waarna Lufthansa het luchtvervoer verzorgde tot Nairobi. Bij aflevering bleken de stekjes verdroogd en beschadigd.
Zürich c.s., als verzekeraar van Stokman, vorderde schadevergoeding van Van de Put en Lufthansa. De rechtbank oordeelde dat Van de Put optrad als expediteur en niet als vervoerder, waardoor zij niet aansprakelijk kon worden gesteld voor de schade. Lufthansa was als vervoerder aansprakelijk, maar de vordering werd afgewezen omdat geen tijdig protest was gedaan zoals vereist onder het Verdrag van Warschau.
De rechtbank wees de vordering af en veroordeelde Zürich c.s. in de proceskosten. Tevens werd bepaald dat wettelijke rente verschuldigd is indien de kosten niet binnen veertien dagen worden voldaan. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard ten aanzien van de proceskostenveroordeling ten gunste van Van de Put.
Uitkomst: De vordering tot schadevergoeding wordt afgewezen wegens het ontbreken van tijdig protest en kwalificatie van Van de Put als expediteur.