ECLI:NL:RBSGR:2002:AF1880
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- C.C. Dedel-van Walbeek
- Rechtspraak.nl
Herstel Wajong-uitkering tijdens detentie en dwangverpleging
Eiser kreeg een Wajong-uitkering toegekend vanaf 22 maart 1998. Verweerder trok deze uitkering per 1 juni 2000 in vanwege detentie langer dan een maand en vorderde onverschuldigde betalingen terug. Eiser was sinds 1 november 1999 gedetineerd en werd op 27 maart 2000 ontslagen van rechtsvervolging met een verplegingstermijn van een jaar in een psychiatrisch ziekenhuis. De rechtbank oordeelt dat de vrijheidsbeneming van eiser vanaf het onherroepelijk worden van dit vonnis valt onder de uitzondering in artikel 1 lid 1 onder Pro i Wajong, waardoor het recht op uitkering niet eindigt.
De rechtbank baseert zich op jurisprudentie van de Hoge Raad die bepaalt dat de termijn van dwangverpleging aanvangt bij het onherroepelijk worden van het vonnis, ook als de betrokkene nog in detentie verblijft in afwachting van opname. De detentie voorafgaand aan opname kan eiser niet worden aangerekend, omdat deze dient ter bescherming van eiser en/of anderen. Verweerder's argumenten worden verworpen, waaronder dat de Staat in detentie voor onderhoud zorgt en dat de wet beëindiging voorschrijft.
De rechtbank vernietigt de besluiten tot intrekking en terugvordering van de uitkering en bepaalt dat de uitkering over de periode 1 juni tot 7 augustus 2000 alsnog moet worden toegekend. Tevens veroordeelt zij verweerder in de proceskosten en griffierecht. Het beroep wordt gegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de intrekking van de Wajong-uitkering wordt vernietigd.