ECLI:NL:RBSGR:2002:AF2271
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- De Boer
- Van Wesenbeeck
- Nijman
- Rechtspraak.nl
Veroordeling medeplegen opzettelijk handelen in strijd met Opiumwet voor heroïnehandel
De rechtbank 's-Gravenhage heeft verdachte veroordeeld voor medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met de Opiumwet door medewerking te verlenen aan de overdracht van een grote hoeveelheid heroïne. Verdachte speelde een ondergeschikte rol en handelde niet uit winstbejag, maar werd niet vrijgesteld van straf wegens onvoldoende bewijs van relatieve overmacht.
Tijdens de terechtzitting op 28 november 2002 werd verdachte gehoord en bijgestaan door zijn raadsman. De officier van justitie vorderde een gevangenisstraf van 15 maanden, waarvan 5 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar en 3 maanden elektronisch toezicht. De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte wist dat het om heroïne ging en voldoende mogelijkheden had om zich te onttrekken.
De verdediging voerde relatieve overmacht aan wegens bedreiging, maar de rechtbank oordeelde dat de bedreigingen niet van dien aard waren dat verdachte er geen weerstand aan kon bieden. Verdachte had meerdere momenten om de ernst te beseffen en de politie te waarschuwen, maar deed dit niet. De straf is mede gebaseerd op de ernst van het feit, de persoonlijke omstandigheden van verdachte en het reclasseringsrapport.
De rechtbank legde een gevangenisstraf van 15 maanden op, waarvan 5 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar en een bijzondere voorwaarde van 3 maanden elektronisch toezicht. De tijd in voorlopige hechtenis wordt in mindering gebracht. Verdachte is vrijgesproken van overige tenlasteleggingen.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 15 maanden gevangenisstraf, waarvan 5 maanden voorwaardelijk met 3 maanden elektronisch toezicht.