ECLI:NL:RBSGR:2002:AF2320
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Timmermans
- Wien
- Van der Veen
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak arts-assistent wegens ontbreken aanmerkelijke schuld bij dodelijke intrathecale injectie
Op 31 januari 2000 overleed een driejarig leukemiepatiëntje na een intrathecale injectie van vincristine, toegediend door de verdachte, een arts-assistent. De injectie had alleen intraveneus mogen worden gegeven en de spuit had niet op de operatiekamer aanwezig mogen zijn.
De officier van justitie beschuldigde de verdachte van het nalaten van noodzakelijke controles, wat aanmerkelijke schuld zou opleveren. De verdediging voerde onder meer schending van de redelijke termijn, strijd met beleidsregels en het gelijkheidsbeginsel aan. De rechtbank verwierp deze bezwaren, maar achtte de overschrijding van de redelijke termijn wel strafverminderend.
De rechtbank stelde vast dat de ziekenhuisorganisatie een keten van ernstige nalatigheden beging, waaronder het ontbreken van duidelijke protocollen, onvoldoende supervisie, en het niet opvolgen van dringende adviezen. De verdachte was onervaren, werkte onder hoge druk en had geen duidelijke instructies ontvangen.
De rechtbank oordeelde dat de verdachte geen aanmerkelijke schuld had en dat het bewijs onvoldoende was om hem te veroordelen. De ernstige fouten van het ziekenhuis en het ontbreken van duidelijke waarschuwingen maakten dat de verdachte niet kon worden vrijgesproken. De rechtbank sprak de verdachte daarom vrij van alle tenlasteleggingen.
Uitkomst: De verdachte is vrijgesproken wegens ontbreken van aanmerkelijke schuld bij de dodelijke intrathecale injectie.