ECLI:NL:RBSGR:2002:AF2369
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Y.A.A.G. de Vries
- Rechtspraak.nl
Intrekking voorwaardelijke vergunning tot verblijf na beëindiging categoriaal beschermingsbeleid Irak
Eiseressen, twee Iraakse vrouwen die sinds 1997 in Nederland verblijven, kregen in 1998 een voorwaardelijke vergunning tot verblijf (vvtv). In 1999 trok de Minister deze vergunningen in na beëindiging van het categoriaal beschermingsbeleid voor Irak. Eiseressen maakten bezwaar en stelden dat hun individuele omstandigheden, waaronder hun geloof en afkomst, niet waren beoordeeld en dat rekening gehouden moest worden met een vertrekmoratorium voor asielzoekers uit Centraal-Irak.
De rechtbank oordeelde dat de intrekking van de vvtv terecht was omdat het beleid was gewijzigd en dat de individuele omstandigheden niet in deze procedure beoordeeld konden worden, maar pas bij een nieuwe aanvraag. Het vertrekmoratorium dat na het bestreden besluit werd ingesteld, werd niet als een nieuw feit in de zin van de Vreemdelingenwet 2000 gezien, omdat het niet tot toelating op grond van artikel 29 lid 1 onder Pro d leidde, maar alleen tot uitstel van uitzetting.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de voorwaardelijke vergunning tot verblijf wordt ongegrond verklaard.