ECLI:NL:RBSGR:2002:AF2380
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting Rwandese asielzoekster wegens verslechterde situatie in Rwanda
Verzoekster, een Rwandese asielzoekster, diende op 22 februari 2000 een aanvraag in voor toelating als vluchteling. Na afwijzing en het verlenen van een voorwaardelijke vergunning tot verblijf (vvtv) werd deze vergunning niet verlengd. Verzoekster maakte bezwaar en stelde beroep in tegen de besluiten van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND).
De voorzieningenrechter toetste het verzoek om een voorlopige voorziening tegen uitzetting in afwachting van de beroepsprocedure. Centraal stond de vraag of de situatie in Rwanda sinds het ambtsbericht van 1 augustus 2000 was verslechterd. Het ambtsbericht van 13 december 2001 gaf aanleiding te veronderstellen dat de mensenrechten- en veiligheidssituatie in Rwanda was verslechterd, met name door geweld van LDF-leden, willekeurige arrestaties, slechte gevangenisomstandigheden en onvoldoende optreden van de overheid tegen mensenrechtenschendingen.
De voorzieningenrechter concludeerde dat het beroep van verzoekster een redelijke kans van slagen heeft en dat uitzetting in afwachting van de uitspraak op het beroep niet gerechtvaardigd is. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen, waarbij de uitzetting werd verboden totdat vier weken na de beslissing op het beroep waren verstreken. Verweerder werd tevens veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoekster.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en uitzetting van verzoekster wordt verboden totdat op het beroep is beslist.