ECLI:NL:RBSGR:2002:AF2394
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- C. Lely – van Goch
- Rechtspraak.nl
Toewijzing beroep tegen weigering machtiging voorlopig verblijf voor gezinshereniging
Referente, een in Nederland verblijvende vrouw met Nederlandse nationaliteit, heeft voor haar Chinese zoon een mvv aangevraagd met als doel gezinshereniging. Verweerder weigerde de mvv omdat niet voldaan zou zijn aan het vereiste van feitelijk behoren tot het gezin, mede vanwege de lange scheiding van meer dan vijf jaar tussen moeder en zoon.
De rechtbank stelt vast dat verweerder de uitspraak Sen van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) niet heeft betrokken bij de beoordeling, terwijl deze uitspraak richtinggevend is voor de belangenafweging onder artikel 8 EVRM Pro. De rechtbank oordeelt dat de weigering leidt tot een onredelijke keuze voor referente, die met haar Nederlandse partner en kinderen naar China zou moeten vertrekken om het gezinsleven voort te zetten.
De rechtbank concludeert dat verweerder het motiveringsvereiste heeft geschonden en beveelt een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens veroordeelt zij verweerder in de proceskosten en wijst de Staat aan als de rechtspersoon die het griffierecht moet vergoeden.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot weigering van de mvv wordt vernietigd met de opdracht tot hernieuwde besluitvorming.