ECLI:NL:RBSGR:2002:AF2427
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J. Reid
- Rechtspraak.nl
Verlening verblijfsvergunning wegens reëel risico op doodstraf in Democratische Republiek Congo
Eiser, een burger van de Democratische Republiek Congo, vreesde executie vanwege zijn vermeende betrokkenheid bij illegale geldwisseltransacties. Hij vluchtte nadat militairen zijn woning binnendrongen en zijn vriend doodschoten. Verweerder wees de aanvraag voor een verblijfsvergunning af, stellende dat illegale geldwissel een commuun delict is waarvoor geen bescherming op grond van het Vluchtelingenverdrag geldt, en dat de doodstraf niet aannemelijk was.
De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende onderzoek had verricht, aangezien hij niet het meest recente ambtsbericht van 3 oktober 2000 had geraadpleegd waarin staat dat in de DRC regelmatig burgers ter dood worden veroordeeld voor niet-gewelddadige delicten zoals illegale economische activiteiten. Verweerder had slechts twee persberichten overgelegd die een gevangenisstraf van twaalf maanden noemden, wat aanleiding had moeten zijn tot nader onderzoek.
Verder werd het beroep op klemmende redenen van humanitaire aard wegens een geweldsincident in 1985 afgewezen, omdat eiser pas vijftien jaar later het land verliet. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en veroordeelde verweerder tot het nemen van een nieuw besluit met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werden de proceskosten aan verweerder opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens onvoldoende onderzoek naar het risico op de doodstraf.