ECLI:NL:RBSGR:2002:AF2533
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing bewaring wegens overschrijding zesmaandentermijn en gebrek aan medewerking aan uitzetting
Eiser is sinds 14 april 2002 in bewaring gesteld op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Eerdere beroepen tegen de voortduring van deze maatregel werden ongegrond verklaard. Op 22 oktober 2002 vond de behandeling van het beroep plaats, waarbij eiser werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde.
De rechtbank overweegt dat het enkele feit dat iemand illegaal verblijft geen bijzondere verzwarende omstandigheid vormt om de bewaring langer dan zes maanden te laten duren. Verweerder heeft niet aannemelijk gemaakt dat eiser onvoldoende medewerking verleent aan de uitzetting, mede omdat de Indiase autoriteiten de laissez-passeraanvraag in behandeling hebben genomen. Verweerder heeft dit gebrek aan medewerking bovendien pas laat aangevoerd, waardoor eiser geen kans kreeg om zijn houding te verbeteren.
Gezien de duur van de bewaring en de belangenafweging acht de rechtbank het belang van eiser om in vrijheid te worden gesteld zwaarder dan het belang van verweerder bij voortzetting van de bewaring. Daarom wordt het beroep gegrond verklaard en de bewaring per 23 oktober 2002 opgeheven. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: De bewaring wordt opgeheven per 23 oktober 2002 wegens het ontbreken van een belemmerend gebrek aan medewerking en overschrijding van de zesmaandentermijn.