ECLI:NL:RBSGR:2002:AF2534
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.M. Janse van Mantgem
- Rechtspraak.nl
Opheffing vrijheidsontnemende maatregel vreemdelingen met minderjarige kinderen wegens onvoldoende belangenafweging
Op 27 juni 2002 werden vreemdelingen met minderjarige kinderen de toegang tot Nederland geweigerd en werden vrijheidsontnemende maatregelen opgelegd. De rechtbank had eerder de eerste beroepen tegen deze maatregelen ongegrond verklaard. Bij voortduren van de maatregel zonder uitzicht op uitzetting en zonder dat de vreemdelingen beroep instelden, werd het geschil voortgezet met een verzoek om schadevergoeding.
De vreemdelingen stelden dat verweerder onvoldoende voortvarend was in de uitzetting en dat een minder ingrijpende maatregel, zoals plaatsing in een opvangcentrum (OC), passend was. De rechtbank verwees naar eerdere uitspraken waarin is bepaald dat bij vrijheidsontnemende maatregelen ten aanzien van vreemdelingen met kinderen de belangen van het kind expliciet moeten worden meegewogen conform het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK).
Verweerder erkende het belang van plaatsing in een OC, maar kon niet aantonen dat hieraan invulling was gegeven. De rechtbank concludeerde dat de vrijheidsontnemende maatregel niet langer gerechtvaardigd was, mede omdat de maatregel al twee maanden duurde zonder zicht op uitzetting. De rechtbank beval opheffing van de maatregel uiterlijk 2 september 2002 en wees het verzoek om schadevergoeding af omdat de maatregel aanvankelijk niet onrechtmatig was.
Uitkomst: De rechtbank beveelt opheffing van de vrijheidsontnemende maatregel wegens onvoldoende belangenafweging ten aanzien van de kinderen.