ECLI:NL:RBSGR:2002:AF2535
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- E.H.B.M. Potters
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen besluit inzake verblijfsstatus en vergunning tot verblijf
Eiser, van Iraakse nationaliteit, diende in december 1997 aanvragen in voor toelating als vluchteling en voor een vergunning tot verblijf. Deze werden afgewezen, waarna hij een voorwaardelijke vergunning tot verblijf (vvtv) kreeg voor de periode van een jaar. Eiser maakte bezwaar tegen deze besluiten, maar ook deze bezwaren werden ongegrond verklaard. Hiertegen stelde eiser beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank overwoog dat de inhoudelijke beslissing van de Minister inzake de verblijfsstatus niet werd bestreden in het beroepschrift en dat algemene stellingen onvoldoende concreet waren om als grief te gelden. De rechtbank kon daarom niet buiten de omvang van het geschil treden om de materiële beoordeling te toetsen.
Verder werd overwogen dat de hoorplicht niet was geschonden omdat de Minister zich op grond van de Algemene wet bestuursrecht mocht beroepen op de uitzondering dat de bezwaren kennelijk ongegrond waren. Eiser behoorde niet tot risicogroepen en kon zich in Noord-Irak vestigen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak stond geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het besluit tot afwijzing van zijn aanvragen en bezwaren wordt ongegrond verklaard.