ECLI:NL:RBSGR:2002:AF2804
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- W.J. van Bennekom
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning wegens onvoldoende beoordeling humanitaire omstandigheden
Verzoeker, een Afghaanse jongeman, diende een asielaanvraag in die door verweerder binnen 48 uur werd afgewezen wegens gebrek aan documenten en onvoldoende geloofwaardigheid van het asielrelaas. De rechtbank oordeelt dat het asielrelaas onvoldoende aanknopingspunten biedt voor vluchtelingenstatus, mede omdat de vrees voor bloedwraak niet voldoet aan de gronden van het Vluchtelingenverdrag.
Echter, de rechtbank stelt vast dat verweerder onvoldoende aandacht heeft besteed aan individuele klemmende humanitaire omstandigheden zoals bedoeld in artikel 29, eerste lid, onder c, van de Vreemdelingenwet 2000. De situatie in Afghanistan, met name in gebieden waar de Pathanen wonen, is onveilig en de individuele omstandigheden van verzoeker zijn onvoldoende onderzocht.
De rechtbank concludeert dat verweerder het besluit niet met de vereiste zorgvuldigheid heeft genomen en onvoldoende heeft gemotiveerd waarom geen verblijfsvergunning is toegekend op humanitaire gronden. Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens gebrek aan belang.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd wegens onvoldoende beoordeling van humanitaire omstandigheden.