ECLI:NL:RBSGR:2002:AF2811
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige vreemdelingenbewaring en toekenning schadevergoeding aan Britse onderdaan
Eiser, een Britse onderdaan, werd op 4 november 2002 in vreemdelingenbewaring gesteld door verweerder. De maatregel werd op 12 november 2002 opgeheven nadat bleek dat eiser rechtmatig in Nederland verbleef. Verweerder had de bewaring toegepast voor een ander doel dan waarvoor deze maatregel is bedoeld en had nagelaten gebruik te maken van de mogelijkheid om eiser op grond van artikel 50 Vreemdelingenwet Pro 2000 op te houden voor onderzoek.
De rechtbank oordeelde dat de bewaring onrechtmatig was en verklaarde het beroep van eiser gegrond. Tevens werd vastgesteld dat eiser voorafgaande aan zijn inbewaringstelling voldoende concrete aanknopingspunten had aangedragen voor onderzoek naar zijn identiteit en verblijfsrechtelijke positie.
De rechtbank kende eiser een schadevergoeding toe van €760 voor de periode van 4 tot en met 12 november 2002 dat hij in bewaring zat. Daarnaast werd verweerder veroordeeld in de kosten van rechtsbijstand van eiser, vastgesteld op €322. De uitspraak werd gedaan door de voorzitter van de rechtbank te ’s-Gravenhage, mr. E.G. de Jong, op 20 november 2002.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en kent een schadevergoeding toe wegens onrechtmatige vreemdelingenbewaring.