ECLI:NL:RBSGR:2002:AF2813
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- O.A.P. van der Roest
- Rechtspraak.nl
Bewaring minderjarige vreemdeling in strijd met Verdrag inzake de rechten van het kind
Eiseres, een minderjarige vrouw van Sierra Leoonse nationaliteit, werd in bewaring gesteld in een Nederlands Huis van Bewaring waar zij niet gescheiden was van volwassen gedetineerden. De gemachtigde van eiseres stelde dat deze situatie in strijd was met artikel 37 sub c van Pro het Verdrag inzake de rechten van het kind, dat bepaalt dat kinderen die van hun vrijheid zijn beroofd gescheiden moeten worden gehouden van volwassenen tenzij het in het belang van het kind is dit niet te doen.
Verweerder erkende dat gescheiden plaatsing niet mogelijk was in Nederlandse huizen van bewaring voor vrouwelijke minderjarigen van 16 en 17 jaar. De rechtbank oordeelde dat de tenuitvoerlegging van de bewaring in strijd was met het Verdrag omdat eiseres niet gescheiden was geplaatst en niet was gesteld of gebleken dat dit in haar belang was.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en beval de opheffing van de bewaring omdat een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging niet mogelijk was. Tevens werd aan eiseres een schadevergoeding van € 2.170 toegekend voor de periode van 31 dagen dat zij niet gescheiden van volwassenen verbleef, en werden proceskosten aan haar toegekend.
De uitspraak benadrukt het belang van naleving van internationale kinderrechten in detentie en de beperkingen in de Nederlandse detentiepraktijk voor minderjarige vreemdelingen.
Uitkomst: Bewaring van minderjarige vreemdeling niet gescheiden van volwassenen is onrechtmatig; bewaring wordt opgeheven en schadevergoeding toegekend.